Hoogbegaafdheid
- Introductie
- Wat is hoogbegaafdheid?
- Het hoogbegaafde kind
- De hoogbegaafde volwassene
- Het onderwijs
- Lateralisatie en temperament
- De vereniging Mensa
- Literatuur
IntroductieNa veel aarzelingen heb ik toch maar deze pagina geschreven en aan mijn website toegevoegd. De reden van mijn twijfel is eigenlijk onderdeel van hetzelfde probleem als hieronder wordt beschreven. Hoogbegaafdheid is een taboe-onderwerp en daar praat je niet over! In deze maatschappij is het geaccepteerd om te zeggen dat je goed kan voetballen, maar zeg niet dat je een hoog IQ hebt want dan zijn de rapen gaar. Dan ben je arrogant, of voelen andere mensen zich minderwaardig. De reakties van de omgeving zijn des te pijnlijker omdat hoogbegaafdheid niet altijd even leuk is en sterk ingrijpt op iemands persoonlijkheid en belevingswereld.
Waarom ik er uiteindelijk toch voor heb gekozen om deze pagina te publiceren? Hiervoor zijn verschillende redenen. Allereerst is die hoogbegaafdheid een persoonlijke eigenschap die een grote impact heeft op mijzelf als individu. Op een gegeven moment wordt je het zat om altijd maar jezelf te verbergen en "normaal" proberen te zijn.
Daarnaast zijn er nogal wat mensen die interesse hebben in het onderwerp "hoogbegaafdheid". Louter uit nieuwsgierigheid, of omdat ze zelf een hoogbegaafd kind hebben.
De belangrijkste reden echter is dat ik een steentje hoop bij te dragen aan een beter begrip voor hoogbegaafden. De meeste raken namelijk al op zeer jonge leeftijd in zekere zin psychisch beschadigd. De meeste hoogbegaafde kinderen worden ontdekt door leerproblemen of sociale/psychische problemen. Meer dan de helft van de Mensa leden staat onder pschychologische behandeling. Het leven in een wereld vol onbegrip, een schoolsysteem dat slecht is aangepast, etc. laat duidelijk zijn negatieve sporen na.Ook ikzelf ben niet geheel aan de negatieve kanten van hoogbegaafdheid ontkomen. Mijn schoolperiode is voor mij tamelijk problematisch geweest. Daarnaast bleek op latere leeftijd dat een aantal van mijn typische eigenaardigheden tot de standaarduitrusting van hoogbegaafden behoort. De veel voorkomende "overprikkelbaarheid" is er een van. Overigens is het niet mijn bedoeling een al te negatief beeld over hoogbegaafdheid te schetsen; het heeft zeker nogal wat positieve kanten. Op deze positieve kanten is uiteindelijk de rest van mijn persoonlijke website gebaseerd; zonder hoogbegaafdheid zou ik waarschijnlijk weinig te publiceren hebben gehad...
Enfin, de hoogbegaafdheidspagina is er nu dan toch gekomen. Wie na het lezen van deze introductie nog steeds niet door heeft dat deze pagina niets te maken heeft met persoonsverheerlijking wordt vriendelijk verzocht direct door te bladeren naar de laatste pagina van het internet. Of terug naar af.
De kenmerkende eigenschap van hoogbegaafden is dat ze een hoog IQ bezitten. De vereniging Mensa hanteert de toelatingsnorm dat iemands IQ in het 98ste percentiel moet liggen (een IQ dat hoger is dan 98% van de bevolking). In de praktijk betekent dit ruwweg een IQ van 140 of hoger. (Het gemiddelde IQ bedraagt 100, en 68% van de mensen heeft een IQ tussen de 85 en 115. Met een IQ lager dan 85 kan iemand waarschijnlijk niet zo makkelijk leren. Met een IQ boven de 115 is iemand redelijk intelligent en moet het mogelijk zijn om universitair onderwijs te volgen).
Wie meerdere hoogbegaafden kent zal echter al snel constateren dat een hoog IQ niet de enige eigenschap is die die mensen met elkaar gemeen hebben. Hoogbegaafden beleven de wereld anders. Voor buitenstaanders lijken ze emotioneel instabiel en neurotisch. Er is meer aan de hand dan "gewoon iets slimmer" zijn.
Een groot aantal onderzoekers heeft aangetoond dat hoogbegaafde mensen anders denken dan de meeste mensen. Sternberg en Davidson (1985) hebben sommige daarvan beschreven in hun bespreking van de cognitieve ontwikkeling van de hoogbegaafde. Ervaringen van onderwijzers in de klas geven tevens aan dat hoogbegaafde kinderen op een andere manier problemen oplossen en een andere leerwijze hebben; uit multi-factor analyses van de scores behaald in de WISC test blijkt dat begaafde en niet-begaafde groepen andere vraag-antwoord patronen hebben (Sternberg en Davidson, 1985). Foster (1986) heeft gesuggereerd dat er een "optredingstheorie" is voor intelligentie en dat eigenschappen veranderen bij een kritiek punt. Daarom is het zo dat begaafde individuen niet alleen sneller denken of zich meer herinneren, maar dat zij ook anders leren, anders reageren, problemen anders benaderen en zich bezighouden met andere ideeen. Hollingworth (1942) suggereert dat deze verschillen zich voordoen bij een IQ van rond de 145.
Een test onder 600 hoogbegaafde kinderen in het "Gifted Child Development Center" toonde aan dat 90% van deze kinderen tekenen vertoont van emotionele overprikkelbaarheid. Dabrowski (1964) vindt dat het schijnbaar neurotische gedrag van de hoogbegaafde individuen een normale voorwaarde is voor het hogere niveau van persoonlijkheidsontwikkeling, een rijkere innerlijke omgeving en de grotere morele betrokkenheid die wordt nagestreefd. Hij gelooft dat "de beroering" juist nodig is om het meer complexe ontwikkelingsniveau te bereiken waartoe hoogbegaafden in staat zijn. "Het is normaal voor hoogbegaafden om abnormaal te lijken".
Hans de Vries (1999): De intelligente mens leeft intens. Hij is actief en energiek en neigt naar het extreme. Himmelhoch jauchzend und zum Tode betrübt. Alles of niets, perfectionistisch of extreem slordig. Dit type mens kent felle emoties, diepe gevoelens, hij beschikt over een kleurrijke, veelzijdige persoonlijkheid.
Hoogbegaafde kinderen zijn reeds vanaf de geboorte anders. Ze hebben relatief weinig slaap nodig. Ze ontwikkelen zich veel sneller. Vaak kunnen ze bijvoorbeeld met acht a negen maanden al lopen. Op vierjarige leeftijd hebben ze zichzelf vaak al leren lezen en/of rekenen.
Vanaf het moment dat ze naar school gaan begint echter de ellende. Leeftijdsgenoten zijn nog helemaal niet in staat te lezen; maar hebben vaak zelfs nog moeite met het benoemen van de kleuren en begrippen als "voor" en "achter". De leeftijdsgenoten denken nog helemaal niet op het abstracte niveau van de hoogbegaafde peuter. Er ontstaat een sociale kloof die vaak nooit meer wordt hersteld. De peuter wil contact met de andere kinderen en gaat het gedrag van de klasgenoten imiteren. Een kind dat thuis prachtig kan tekenen gaat op school zomaar wat "krassen", want dat doen de andere kinderen ook. Hier wordt het begin gemaakt met "onderpresteren", een vaardigheid die veel hoogbegaafden nooit meer kwijtraken. Ondanks het stelselmatige onderpresteren om erbij te horen lukt het met de sociale contacten maar matig. De leeftijdsgenoten zijn immers geen ontwikkelingsgenoten. Iedereen begrijpt dat het een goed idee is om zwakbegaafden aangepast onderwijs te bieden. Maar voor de mensen die aan de tegenovergestelde kant van de IQ-curve afwijken is er niets. Ze moeten maar zien hoe ze het rooien op een school die is ingesteld op het gemiddelde kind.
Op de middelbare school zijn hoogbegaafden slechts gemiddelde leerlingen. Door de vele hobbies en andere activiteiten besteden ze weinig tijd aan de school. Het onderpresteren heeft vaak een vaste plaats gekregen, de sociale contacten zijn moeizaam, en het halen van te hoge cijfers verhoogt slechts het isolement. De school heeft in dit stadium doorgaans geen enkele notie van de capaciteiten van de leerling. Het komt nogal eens voor dat een leerling wegens "onaangepast gedrag" of tegenvallende studieresultaten wordt getest en dan pas de hoogbegaafdheid wordt ontdekt. Opvallend is dat de leerling zelf ook geen enkel idee heeft wat er aan de hand is.
Tegen de tijd dat de leerling de middelbare school verlaat is de zin om nog te leren doorgaans ver beneden niveau. Bovendien is er nooit echt geleerd, het kwam allemaal relatief makkelijk aanwaaien. Meestal wordt een vervolgopleiding gedesillusioneerd afgebroken. Het is opvallend hoe weinig Mensa-leden een studie hebben afgemaakt.
De sociale contacten zijn zoals eerder werd opgemerkt slecht. Enerzijds omdat hoogbegaafden anders zijn, en "anders zijn" is juist bij jongeren een slechte manier om populariteit te verwerven. Daarnaast is er weinig wederzijds begrip omdat beiden in een geheel andere wereld leven.
Hoogbegaafde kinderen en hun ouders worden vaak met dezelfde emotionele reacties en aanpassingsmoeilijkheden geconfronteerd als lichamelijk of geestelijk gehandicapte kinderen (Alvarado, 1986).
Tsja, daar sta je dan, in een wereld die je niet begrijpt en een wereld die jou niet begrijpt en dan ben je vaak ook nog eens behept met een emotionele overprikkelbaarheid. De meeste mensen sluiten vriendschappen met mensen die qua IQ niet meer dan 15 punten afwijken. Voor hoogbegaafden wordt de spoeling dan wel erg dun en blijven er relatief weinig gelijken over. Aanpassen dus maar.
Het is overigens niet mijn bedoeling de indruk te wekken alsof hoogbegaafd zijn slechts kommer en kwel is. Wel is het zo dat ik wil bijdragen aan een realistische beeldvorming rondom dit fenomeen. De meest gangbare opinie van "de leek" is er toch vaak een die redelijk optimistisch van aard is. Dit overdreven optimistische beeld heeft er mede toe geleid dat er ook in het onderwijs weinig aandacht is voor de afwijkingen aan de bovenkant van de norm.
Willings (1980) heeft de problemen beschreven van creatieve volwassenen op de werkplek. Hun houding was niet zozeer "ik ben slimmer dan wie ook", maar eerder "waarom is iedereen zo dom?". Hoogbegaafden begrijpen niet waarom de wereld zo slecht is georganiseerd en zo inefficient wordt geleid. Dit onbegrip kan worden gekoppeld aan afwijzing door gelijken, meerderen of leraren; het onvermogen intellectueel niet-stimulerend werk te doen; perfectionisme; het jezelf te serieus nemen; het gevoel al vroeg mislukt te zijn in het leven; frustraties door procedures; gereserveerdheid, grilligheid of gebrek aan discipline; en het mislukken in banen waarin mensen met minder talenten succes hebben (Willings, 1980).
Hoogbegaafde volwassenen dienen te begrijpen en accepteren dat zij hoogbegaafd zijn, met alle voor- en nadelen die daarmee gepaard gaan. Todat zij dit doen blijft hun relatie met anderen onnodig gecompliceerd. Maar al te vaak verspillen hoogbegaafden hun energie aan het proberen te zijn als anderen, terwijl zij zich niet bewust zijn van hun potentieel en zich afvragen waarom voor hen zo moeilijk is wat voor anderen zo natuurlijk schijnt te zijn.
Een van de eigenaardigste kenmerken van de hoogbegaafde is zijn hyperactieve gedrag. Als hij een probleem of conflict heeft wil hij ingrijpen, iets doen, iets oplossen; dan reageert hij dramatisch, overdreven, overspannen.
Het basisonderwijs in Nederland is ontwikkeld voor het gemiddelde kind. Hoe verder een kind afwijkt van het gemiddelde, hoe slechter het onderwijs aansluit bij de behoeften van het kind. Voor de afwijkingen aan de onderkant, de minder- en zwakbegaafden zijn tal van voorzieningen: Aangepaste scholen, remedial teachers, bijlessen, een jaar overdoen, etc. Voor de afwijkingen aan de bovenkant (de meer- en hoogbegaafden) is de gemiddelde school een even slechte aanpassing. Hier zijn echter slechts minimale (vaak geen) aanpassingen mogelijk. Waar het voor een moeizaam meekomende leerling mogelijk is om een jaar over te doen is het voor de zeer vlotte leerling nauwelijks mogelijk om een jaar over te slaan. Terwijl dat laatste vaak een prima middel is om sociale achteruitgang te voorkomen.
Mijn dochtertje had zichzelf reeds leren lezen terwijl ze in groep 1 zat. Volgens testen van de school zelf had ze een leesvaardigheid die overeenkwam met kerst groep 3. Tekeningen en andere werkjes die ze op school deed waren van gelijk niveau vergeleken met de andere kinderen, maar beslist van veel lager niveau als wat ze thuis maakte. Onderprestatie dus. Contacten met de klasgenoten waren moeizaam. Het kind had geen zin meer om naar school te gaan. Uiteindelijk is na testen en uitvoerig overleg met diverse instanties besloten groep 2 over te slaan. Ineens heb je een totaal ander kind in huis, dat weer plezier heeft op school, vriendjes en vriendinnetjes heeft, etc. Ook de school zelf stond versteld van de positieve omslag.
Helaas echter blijkt uit gesprekken met ouders van hoogbegaafde kinderen op andere scholen dat scholen vaak geen medewerking verlenen aan het "versnellen" (overslaan van een klas). Het argument dat het kind er emotioneel nog niet aan toe is wordt vaak hiervoor gebruikt. En dat terwijl zo'n kind er juist op vooruit zou gaan! Het is niet de leeftijd die telt, maar de ontwikkeling van het kind! Kinderen zoeken elkaar op vanwege een gelijke ontwikkeling, en niet omdat ze toevallig dezelfde kalenderleeftijd hebben!
Hoger onderwijs. Enige tijd geleden ben ik een studie begonnen aan de open universiteit. Voor hoogbegaafden DE ideale opleidingsvorm: Je bepaalt je eigen tempo, geen klassikaal gedoe (volledig zelfstudie), je bepaalt binnen zekere grenzen je eigen studie-volgorde, er worden geen vooropleidingseisen gesteld. Een beetje hoogbegaafde doet de opleiding in minder dan de helft van de tijd. En het is nog goedkoop ook! Jammer alleen dat de overheid momenteel sterk bezuinigt op deze onderwijsvorm en er een grote kans bestaat dat het aantal mogelijke studierichtingen verder wordt ingekrompen.
Er lijken twee soorten hoogbegaafdheid te zijn: De verbale begaafdheid en de exacte begaafdheid. Vaak worden die aangeduid met linker- of rechterhersenhelft hoogbegaafdheid. Dit is een verwijzing naar lateralisatie; het gegeven dat de hersenhelften verschillend zijn geoptimaliseerd. Bij nagenoeg alle mensen zetelt bijvoorbeeld het taalvermogen in de linker hersenhelft. Ook creativiteit en intuitie wordt daar gelokaliseerd. Of dit inderdaad een sluitende verklaring is valt te bezien, maar inderdaad gaan taalvaardigheid, creativiteit en intuitie opvallend vaak samen. Er zou dan sprake zijn van linkerhersenhelft dominantie. Bij de Myers-Briggs Temperament Indicator zijn dit de mensen met de "N"-factor. Bij rechterhersenhelft dominantie is men goed in getallen en zakelijkheid.
Onder Mensa-leden bevinden zich opvallend veel personen met de bewuste MBTI "N"-factor. Een verklaring hiervoor heb ik nog niet gevonden.
De vereniging Mensa is een vereniging voor hoogbegaafden. Als toelatingsnorm wordt een IQ-score in het 98ste percentiel gehanteerd (IQ hoger dan 98% van de bevolking). De test wordt onder toezicht van een psycholoog afgenomen.
Heel mijn leven heb ik me afgevraagd of ik lid zou moeten worden van die club, tot ik eind 1998 besloot dit gewoon maar eens te doen. Het was een gevoel alsof ik thuis kwam! Eindelijk eens mensen die geen moeite hadden met eigenaardige hobbies, grote gedachtesprongen konden volgen, veelal dezelfde belevingswereld bezitten, en dezelfde ervaringen hebben als ikzelf. Maar ook mensen die genadeloos konden afrekenen met enkele "theorieen" die ik had ontwikkeld en mijn leven lang had aangehangen.
Ik had altijd het idee dat Mensa een club zou zijn van grijze hoog-opgeleide wetenschappers, maar niets is minder waar. Weinig hoogopgeleiden, relatief veel jongeren (soms lijkt het wel een relatiebureau), en allesbehalve saai. Markante persoonlijkheden, veel discussies, want: 12 Mensalen, 13 meningen. De interesses van mensen zijn erg breed; de ene keer geeft bijvoorbeeld iemand een lezing over de relativiteitstheorie, de keer daarop gaat het over aura's en chakra's.
"Te veel mens, te weinig dier. Leefadviezen voor intelligente mensen". Auteur: Hans de Vries. (ISBN 90-263-1590-2).
Dit boek is geschreven voor de vele fijngevoelige, wat eigenaardige intellectuelen die in het algemeen genoeg hebben aan zichzelf. Maar onvermijdelijk moeten ze af en toe ook naar buiten, onder de mensen, en dan gaat het vaak mis... Deze uitgave is een handreiking aan volwassen intellectuele mensen, een welgemeend "laat je niet kisten" in de vorm van zogeheten leefadviezen.
Hans de Vries is ontwikkelingspsycholoog en is gespecialiseerd in de begeleiding van hoogbegaafden, kinderen en volwassenen.
Wat mij betreft is dit een van de nuttigste boeken die er over hoofdbegaafdheid geschreven zijn.
"Hagar, een hoogbegaafd meisje". Auteur: Ina Barreveld. (ISBN 90-263-1438-8).
Sommige kinderen ontwikkelen zich sneller dan hun leeftijdgenoten. Omdat deze hoogbegaafde kinderen een voorsprong hebben denkt men vaak dat zij geen bijzondere zorg nodig hebben en zichzelf wel kunnen redden. Niets is minder waar.
Nuttig en interessant boek voor ouders en leerkrachten van hoogbegaafde kinderen.
BACK HOME ENGLISH